Lessen van een stroopschrijver

‘Nu wordt het boekje over de opvoeding van de vorst gedrukt samen met wat andere werkjes’1 schrijft hij in een brief aan een vriend. Het is medio mei, 1516, hij is in Bazel en zal weldra naar Antwerpen reizen: Erasmus, de geleerde, de reiziger, de popster van zijn tijd2.

Aan prins Karel

Twee maanden eerder had Erasmus het voorwoord van zijn vorstenspiegel al aan prins Karel (1500-1558) gestuurd, de latere Karel V, die dan 15 is.

In de slijmende nederigheid die zo kenmerkend voor hem is draagt Erasmus zijn lesboek aan hem op. Met zijn in stroop gedoopte ganzenveer schrijft hij dat deze het eigenlijk niet nodig heeft, omdat Karel al zó volleerd is. Het is ook meer voor al die anderen bedoeld die zover nog niet zijn.

Wie een cursus vleien zoekt vindt geen betere leermeester dan Erasmus die als geen ander de oren lieflijk strelen kon.

Hoewel ik heel goed weet dat Uwe Hoogheid geen raadgevingen nodig heeft van wie dan ook, laat staan van mij, meende ik toch, het volk een beeld te moeten schetsen van de volmaakte vorst, maar onder uw naam, zodat zij die worden opgeleid om grote rijken te besturen, de grondslagen van een goede heerschappij leren via u en u tot voorbeeld nemen3.

Slijmen als strategie

Toch zat er een doelbewuste strategie achter al die vleierij, die Erasmus al veel eerder, in 1498, in een brief uit de doeken had gedaan. Vorsten krijg je alleen aan het leren als je ze overlaadt met lofprijzingen en wanneer je deze weglaat, gaan ze – zouden wij nu zeggen – volledig in de weerstand.

Je moet het doen, schrijft hij, zoals de leiderschapsleraren uit de Antieken dat deden en zoals ook de christelijke kerkvaders dat hebben gedaan. Die hebben ‘in de vorm van een lofdicht, de vorsten als het ware een schilderij voorgehouden van de volmaakte prins, zodat zij zich konden meten aan een ideaalbeeld en in stilte voor zichzelf konden erkennen hoever zij nog afstonden van het beeld van de bezongen vorst en, zonder in verlegenheid te komen of zich beledigd te hoeven voelen, zouden leren waarin ze zich moesten verbeteren en naar welke deugden zij behoorden te streven4‘.

Redenen tot zorg

De jonge prins zou heerser worden over een aanzienlijk rijk: Spanje, de Lage Landen en Oostenrijk, al zou dat laatste van korte duur zijn. Keizer van het Heilige Roomse Rijk lag in het verschiet en dan waren er nog de verre gebieden over zee.

De sterker wordende koninkrijken, Spanje, Frankrijk, Engeland waren geregeld met elkaar in oorlog en de Turken trokken steeds verder op naar Wenen.

De Reformatie wierp haar schaduwen al vooruit. Nog een jaar en Luther zou zijn stellingen aan de kerkdeur spijkeren, wat zou leiden tot de grote Europese oorlogstwisten.

Onder deze broeierig politiek-militaire en sociaal-religieuze omstandigheden moest Prins Karel regeren, hetgeen Erasmus zorgen baarde. Alle reden voor hem om de volgende, vermanende wens uit te spreken:

U hebt het te danken aan de goden dat aan u, zonder bloedvergieten en zonder schade voor wie dan ook, de heerschappij ten deel viel; nu moet uw rol erin bestaan het zonder bloedvergieten en in vrede te behouden.

Monarchie, de beste staatsvorm

In zijn leiderschapsboek gaat Erasmus in op wat hij de beste staatsvorm vindt en leunt daarbij sterk op Aristoteles, die in zijn Politica een drieslag maakte naar de omvang van het bestuur: alleenheerser, dat van enkelen (aristocratie) en het volk.

Hij geeft de voorkeur aan de alleenheerser, de monarch. Die biedt zijns inziens het meeste heil aan de staat zij het onder de conditie dat de vorst dan nagenoeg God gelijk moet zijn. Tsja.

Hoewel er nog veel staatsvormen bestaan, zijn de filosofen het er ongeveer over eens dat een monarchie veruit het meeste heil te bieden heeft, naar analogie met het goddelijke. De hoogste macht berust namelijk bij één persoon, maar die moet dan wel naar Gods voorbeeld alle anderen overtreffen in wijsheid en goedheid en zich zonder verdere behoefte slechts één doel voor ogen houden, het geluk van de staat.5

Realiteitszin is Erasmus gelukkig niet helemaal vreemd, want hij vermeldt snel dat die ideale vorst in de praktijk niet vaak voorkomt en we met een second best genoegen moeten nemen. Die bestaat eruit dat de monarchie ‘wordt gematigd en aangelengd door er een vleugje aristocratie en democratie aan toe te voegen’6. Zo’n systeem van check and balances biedt weerwerk en kan ontsporing voorkomen.

Algemeen belang

Een tiran steunt op terreur, list, verachtelijke praktijken; een koning op wijsheid, integriteit en gulheid. De eerste wil de macht voor zichzelf, de ander voor zijn volk8.

Christelijke vorst

Prins Karel moet nog een treetje hoger uitkomen en een christelijke vorst worden, zoals we al zagen. Hij moet zich in deugd en dienstbaarheid spiegelen aan Jezus en in almacht, wijsheid en goedheid, welja, aan God zelf. Zich deze kwaliteiten eigen maken voor zover dat in zijn vermogen ligt zonder arrogant te worden, dat is des konings christelijke taak.

Vroom zijn, dienstbaar en vooral niet denken dat regeren leuk is. Integendeel. Dat moest de puber Karel goed beseffen. Het is iets vreselijks, een kwelling, maar hier geldt wat Plato ooit al zei: de beste leiders doen het allemaal met tegenzin, ze zijn liever met andere dingen bezig zoals studeren, maar ze doen het wel én goed. Een schrale troost.

Wanneer u bovendien op alle mogelijke manieren het welzijn van de staat ter harte neemt, zult u een leven vol zorgen leiden; u zult uw jeugdige leeftijd en uw persoon allerlei genoegens ontzeggen, uzelf uitputten door slapeloze nachten en hard werken.9

Kwaliteiten van de vorst

Een goede, christelijke vorst beschikt over een aantal kwaliteiten. Erasmus gebruikt daar verschillende termen voor die allemaal zijn terug te leiden tot de vier klassieke deugden. In zijn eigen woorden: ‘Wie zichzelf als een ideale vorst wil opwerpen, moet erop letten dat niemand hem overtreft in zijn eigen typische kwaliteiten: wijsheid, grootmoedigheid, zelfbeheersing, rechtschapenheid.’10

Glitter

Opsmuk, gewaden en grandeur aan het hof en van de koning zelf, nee, dat is aan Erasmus niet besteed, daaraan herken je de christenvorst niet. Want wat blijft er over als je al die uiterlijkheden weghaalt? Niks verheffends: een behendig dobbelspeler , een onverbeterlijke dronkenlap, een geile zedenbederver, een gewiekste bedrieger, een onverzadigbare duitendief, een kampioen in meineed, heiligschennis, verraad en misdaad van allerlei slag11. Ingetogenheid, matiging, zelfbeheersing, dat zijn de kwaliteiten van een echte vorst!

Doen en laten

Hoewel het merendeel van zijn opvoedingspedagogiek bestaat uit de politiek-morele vorming besteedt Erasmus ook enige aandacht aan het politieke ambacht. Zo moet hij zich niet inlaten met vleiers, uiteraard niet, tenzij ze Erasmus heten maar dat zei hij er niet bij, en slechte leermeesters. Die praten de vorst toch maar naar de mond.

Wetten

De vorst regeert met wetten, die eerlijk en rechtvaardig zijn en in principe de goedkeuring van alle weldenkende burgers kunnen wegdragen. Liefst met zo min mogelijk, dat ook.

Geloven dat de vorstelijke waardigheid kan toenemen als wetten en democratie zo weinig mogelijk meetellen, is een flagrante vergissing en getuigt van weinig inzicht in wat ze echt inhoudt.12

Als hij recht spreekt, iets wat vorsten in die tijd deden, moet hij mild blijven en vooral inzetten op de preventie van wandaden.

De ‘socialist’ Erasmus

Hij maakt ook opmerkingen over het belastingbeleid dat de koning moet voeren: minimaal. Als hij belasting heft dan voor het algemene belang en niet om de eigen zakken te vullen. De armste klassen moet hij zoveel mogelijk ontzien.

Zuinigheid is de beste bron van inkomsten13.

Hij pleit er bijvoorbeeld voor om zo min mogelijk belasting te heffen op zaken die de allerarmsten gebruiken: graan, brood, bier. Het is beter dat te doen op de luxe goederen van de rijken zoals zijde, purper, peper, parfums en dergelijke14.

Die gelden moet hij gebruiken voor werken die de gemeenschap ten goede komen: voor bouwen, wegen aanleggen, moerassen droogleggen, braak liggende terreinen ontginnen.

Oorlog als laatst redmiddel

Erasmus staat bekend als een pacifist. Dat lees je ook terug in zijn lesboek. Maar hij is dat niet voor de volle honderd procent. Oorlog mag alleen het aller-, állerlaatste redmiddel zijn als alle andere, vreedzame middelen op zijn.

De strijd tegen de oprukkende Turken was hem bijvoorbeeld een grote zorg, en niet alleen voor hem. Oorlog: het kon maar liever niet. Een eendrachtig Europa van eensgezinde koninkrijken, dat moest ze in toom houden15. Oorlog is pure ellende, houdt Erasmus de jonge prins voor:

Een mensenleven is zo vluchtig, zo kort, zo broos; het is zo onderhevig aan allerlei ongeluk, wordt voortdurend bedreigd door ziekte en ongevallen — gebouwen die instorten, schipbreuken, aardbevingen, blikseminslagen. Het is dus helemaal niet nodig de lijst van catastrofes uit te breiden met oorlogen, hoewel die veel meer miserie teweegbrengen dan al de rest16.

Mediation

En waarom conflicten niet vreedzaam beslechten, roept Erasmus vertwijfeld uit. Er zijn zoveel bisschoppen, abten en geleerden die in wijsberaad conflicten kunnen slechten die anders tot moordpartijen en diepe ellende zouden leiden? Als iedereen nou maar redelijk is en wat water bij de wijn doet, het gezonde verstand laat prevaleren, zou de mensheid veel miserie bespaard blijven17.

Die oproep was aan prins Karel niet besteed. Hij zou tijdens zijn koningschap diverse oorlogen voeren.

Leiderschapsdidactiek

Er is iets opvallends aan Erasmus’ lesboek. Het bedient twee groepen lezers: prinsen en leraren van prinsen. Veel didactische wenken zijn op die tweede groep gericht: hoe de aankomende vorsten op een goede wijze op te leiden? Het is een soort train-the-trainer manual.

Leerlinggericht

Het belangrijkste principe is dat de opleider zijn pupil leerlinggericht opleidt met oog voor diens aard en leeftijd. Hij moet nagaan of deze ‘geneigd is tot woede of brutaliteit, tot eerzicht of dorst naar roem’18. Deze en andere onhebbelijkheden moet hij tegengaan met nuttige lessen. Die moet de opvoeder ‘erin slaan, erin heien, erin rammen!’19

Afwisselende werkvormen

Met afwisselende ‘werkvormen moet de leraar aan de slag: kernachtige uitspraken aanbieden, verhaaltjes, voorbeelden. Hij spoort ze aan hun leerlingen te laten schilderen, graveren. Als ze maar met de lesstof bezig zijn.

Niet leren in de praktijk

Erasmus is geen voorstander van leren in de praktijk. Wanneer een aankomende vorst daar een fout maakt zijn de gevolgen niet te overzien. Als hij al besluiten mag nemen laten die dan beperkt zijn! Immers, de jonge prins kan nog niet alles overzien. Zo erg is dat nou ook weer niet want ‘de praktische ervaring die hij mist door zijn jonge leeftijd [kan] worden aangevuld door de goede raad van oudere mannen.’20

Een land heeft alles te danken aan een goede koning; hijzelf heeft echter alles te danken aan de man die hem met de juiste aanpak zo deed opgroeien.21

De vorst moet doorgeleerd hebben, een koning-filosoof zijn. Plato verkocht geen kletspraatjes toen hij zei ‘dat het een staat pas voor de wind zou gaan, indien ofwel de bewindslieden wijsgeren waren, ofwel filosofen de macht in handen hadden’.

Met filosoof bedoelde Erasmus niet iemand die goed kan redeneren of alles van de natuur afweet, maar iemand die ‘onverschrokken het pad van het ware goede uitkiest en volgt. De woorden verschillen, maar in feite is een filosoof precies hetzelfde als een christen.’ Klassieke oudheid en christendom zijn bij Erasmus één pot nat.

Alleen zo, met een goede opleiding en met goede leermeesters kan een prins een geleerde, dus een goede leider worden. En men moet zijn leraren met grote zorg overwegen vooral waar de opvolging erfelijk is en men de vorst niet kan kiezen, aldus Erasmus23. Er staat te veel op het spel.

En daarna?

In 1516 kwam dit lesboek van de pers in Bazel en er verschenen al snel meerdere drukken. Er zijn zo’n veertig herdrukken en verschillende vertalingen tijdens het leven van Erasmus: een best seller22. Het was een boek dat in de hoogste kringen circuleerde zoals het hof van Karel V, Hendrik VIII, Graaf Frederik II van Beieren. De laatste vertaling was twee eeuwen later in 1721 en dan wordt het stil rond dit boek. Wellicht was het toch te specialistisch en minder makkelijk leesbaar als de Lof der zotheid. Misschien ook, omdat het lezerspubliek de taal en de gemeenplaatsen niet meer pruimden23.

In de 20e en 21e eeuw wordt Erasmus weer met veel toewijding onder de aandacht gebracht in de Lage Landen maar ook in Engeland en Frankrijk. Er komen vertalingen van zijn correspondentie en er verschijnen nieuwe, vertaalde uitgaven van zijn werken, ook van zijn Institutio principis christiani, de opvoeding van de christenvorst.

Dat laatste niet omdat zijn leiderschapsideeën opeens weer relevant worden geacht maar wel omdat dit werkje interessant wordt bevonden om te bestuderen als cultureel erfgoed. De pedagogische interesse van de lezer van weleer is opgevolgd door de historische belangstelling van nu. Erasmus, de geleerde, de reiziger, de popster, heeft de status van museumstuk bereikt.


  1. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Vertaald door Jeanine De Landtsheer. 2e druk. Amsterdam: Atheneaeum – Polak & van Gennep, 2016.
    ↩︎
  2. Erasmus, Desiderius. De correspondentie van Desiderius Erasmus. Deel 3. Brieven 298-445. Vertaald door M. J. Steens. Rotterdam: Ad. Donkers, 2006. Brief 407, p.235
    ↩︎
  3. Erasmus, Desiderius, 2006. Brief 393, p.208 ↩︎
  4. Erasmus, Desiderius. 2004. Brief 93, p192 ↩︎
  5. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location. 2395 ↩︎
  6. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 2395 ↩︎
  7. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 2534 ↩︎
  8. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 2229 ↩︎
  9. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 2089 ↩︎
  10. Erasmus, Desiderius. Opvoeidng. Kindle location 2036 ↩︎
  11. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kinle location 2058 ↩︎
  12. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 3283 ↩︎
  13. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle lcoation 3058. ↩︎
  14. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kinle locatiom 3053 ↩︎
  15. Erasmus, Desiderius. 2017. Brieven 1484-1536. p265 ↩︎
  16. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 3601 ↩︎
  17. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 3571 ↩︎
  18. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 1931 ↩︎
  19. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 1937 ↩︎
  20. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 2113 ↩︎
  21. Erasmus, Desiderius. Opvoeding. Kindle location 1877 ↩︎
  22. Born, Lester K. ‘Erasmus on Political Ethics: The Institutio Principis Christiani’. Political Science Quarterly 43, nr. 4 (1 december 1928): 520-43. https://doi.org/10.2307/2142728. p.522 e.v.
    ↩︎
  23. Born 1928 p. 524 ↩︎