Call us now:
‘De leidsman moet voorbeeldig zijn in zijn gedrag’, instrueert paus Gregorius (ca. 540 – 604) zijn pastoors en bisschoppen. De reden laat zich makkelijk raden en is in onze organisaties en gemeenschappen nog steeds van toepassing. Gregorius zegt het wat mooier dan gemiddeld: ‘De kudde die de stem en het gedrag van de herder volgt, gaat meer vooruit door de hulp van zijn voorbeeld dan door zijn woorden’1.

De pastorale regel
De aanbeveling komt uit een handleiding die Gregorius rond 590 voor zijn herders heeft geschreven: De pastorale regel. Dit lesboek voor geestelijke leiders was zijns inziens hard nodig. Het westelijke christendom is in volle ontwikkeling. De barbaarse stammen bekeren zich, de kerstening gaat gestaag door, de Oudheid wordt meer en meer een herinnering, het Byzantijnse rijk toont haar rug. Het is de tijd dat het Westen ontstaat. Het christelijke kader, de geestelijkheid, heeft het er maar druk mee: bestuurlijk, militair, juridisch én geestelijk. En al die christenen, de nieuwe en de oude, moeten ook nog op het juiste pad blijven. Daar heb je goed geïnstrueerde herders voor nodig.
Hoe de goed levende leidsman de ondergeschikten moet onderrichten en aansporen2
De leider als dienende leraar
Gregorius beperkt zich tot het geestelijke leiderschap dat hij het belangrijkste acht. Hij bouwt zijn lesboek op met vier delen. In het eerste behandelt hij de kenmerken van de christelijke leider, in het tweede gaat hij in hoe deze moet leven, in het derde, langste deel bespreekt hij hoe de herder met de gelovigen in al hun variëteit moet omgaan en hij eindigt met een korte uiteenzetting over de zelfzorg die de geestelijke leider in acht moet nemen. Wie niet voor zichzelf kan zorgen, kan dat ook voor de ander niet. Daar komt het wel op neer.

Situationeel leiderschap
Het derde deel is het meest opmerkelijke omdat Gregorius een benadering aanbeveelt die we in onze tijd situationeel leiderschap zijn gaan noemen. Afhankelijk van de gesteldheid van de ander kiest de leider zijn aanpak. Hij onderscheidt maar liefst 36 gesteldheden met elk een eigen wijze van onderricht en aansporing. Dat is heel wat meer dan de 20e-eeuwse modellen van consultants, die niet verder kwamen dan vier, keurig geordend in twee-bij-tweematrixen, dat dan weer wel.
Mannen en vrouwen moet je anders leiden net zoals jongeren en ouderen. Wie geduldig is krijgt een andere behandeling dan wie haastig is en de gulzigen moet weer anders vermaand worden dan de gematigden. Alleen wie de juiste toon weet te pakken heeft kans op succes. Zo spint Gregorius zijn 36 typen uit.
De onbeschaamden moeten anders aangespoord worden dan de terughoudenden. Bij de eersten is er niets dat de ondeugd van de onbeschaamdheid kan beteugelen, behalve een hard verwijt, terwijl men de laatsten meestal met een zachte aansporing al tot het betere brengt3.
Zelfzorg voor leiders
Gregorius de Grote die zowel politiek-bestuurlijk actief was als het contemplatieve leven in kloosters opzocht, waar zijn voorkeur overigens naar uitging, heeft vast uit eigen ondervinding geleerd hoe belangrijk het is om als leider zelf maat te houden, sterker, om goed voor jezelf te zorgen. De succesvolle leider kan door gevlei, zelfoverschatting en hoogmoed weer ten onder gaan. Zelfzorg is steeds nodig.
Hij zegt het zelf zo: ‘Want degene die de wonden van anderen geneest en ze weer gezond maakt, mag niet hoogmoedig worden en zo zijn eigen gezondheid verwaarlozen; hij mag zichzelf niet vergeten, terwijl hij anderen helpt, en hij die anderen opricht, mag zelf niet vallen.’4

Populair
Dit leiderschapstraktaat voor de geestelijken die niet in kloosters verbleven, zou de gehele Middeleeuwen populair blijven naast de regel van Benedictus die juist voor kloosterlingen bedoeld was. Het verspreidde zich snel en verscheen in diverse landstalen. Vertalingen zijn er tot op de dag van vandaag.
In 2021 verscheen er in Nederland een gloednieuwe vertaling van de pastorale regel inclusief een commentaar wat nu anders is geworden: over boven- en ondergeschiktheid denken we nu anders na net als over tegenspraak. Dat is het Nachleben van een lesboek: sommige zaken krijgen een nader accent, andere worden terzijde gesteld.