Vuile handen maken

Wijn wordt niet minder wijn wanneer deze met een drupje water wordt aangelengd*). Zo vergoelijkte ooit de Vlaamse geleerde, Justus Lipsius (1547-1606), het maken van vuile handen in zijn boek over politiek leiderschap[1]. In een wereld waarin niet alle mensen deugen, en zeker niet degenen die aan de macht zijn, kan men niet blijvend ethisch handelen. Het risico is te groot dat de leider het loodje legt en met hem de zaak waarvoor hij staat.

Door Cornelis Galle - Université de Liège (Belgique) - http://www.ulg.ac.be/wittert/fr/flori/opera/galle/galle_c1_portraits.html#lipse, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=663776

Soms moet men liegen, bedriegen en zwijgen, de ander de pas afsnijden, beschadigen en omkopen om een hoger doel te dienen[2]. Ook nepnieuws en fakeberichten behoren tot het basisinstrumentarium van degenen die aan de macht zijn en van hen die die machthebbers bestrijden. Vuile handen zijn geoorloofd, als erger kwaad daarmee voorkomen kan worden.

Alles geoorloofd?

Is dan echt alles geoorloofd? Ook met deze vraag worstelt Lipsius. Als goed Christen wil hij natuurlijk in de hemel komen en daartoe is zondigen niet de meest succesvolle weg. Hij lost zijn morele probleem op twee manieren op. Ten eerste moet het gekonkel altijd het hogere doel van de gemeenschap dienen en nooit de eigen private belangen. De onethische daad wordt daar al een stuk bleker door. Ten tweede onderscheidt hij drie soorten vuile handen, die oplopen van licht vuil tot erg smerig.

Tegen de lichtste categorie, waartoe hij het veinzen en het achterdochtig zijn rekent, heeft hij amper bezwaren. Hij wijst goedgelovigheid categorisch af. Tot de middencategorie rekent hij het omkopen en misleiden. Ergens is er een punt dat zelfs de meest ethische mens op zijn rug gaat. Modern gezegd: een beetje bonus doet wonderen. Omdat de wereld vol bedriegers is mag je, volgens Lipsius, maatregelen uit deze tweede categorie treffen, maar alleen als je niet anders kan. Nee, zo vrijblijvend is het niet: als je niet anders kan, zul je wel moeten. Niets doen en de boel laten ontsporen is geen optie.

Zwaar geschut

Dan heeft hij nog een categorie met zwaar geschut: beloftes breken, verdragen niet naleven, mensen wegpromoveren en uiteindelijk vermoorden. Hier worstelt hij mee. Een definitief en absoluut ‘nee’ krijgt hij niet over zijn lippen. Hij houdt de deur op een kier om zelfs uit dit extreme vaatje te tappen. Alleen onder heel extreme omstandigheden komen de maatregelen uit deze categorie in beeld. Ze kunnen tot onrecht leiden en helemaal verkeerd uitpakken.

Deze lessen van Lipsius (en vele anderen) verdienen het herinnerd te worden opdat managers en professionals, de moderne machthebbers, ervan doordrongen blijven dat ethiek hun organisatie en werk schade kan toebrengen en dat er soms vuile handen moeten worden gemaakt. Deze opvatting is tegen de huidige mode om vooral zo ethisch mogelijk te zijn en zich een reputatie aan te meten van deugdzaamheid. Tegendraads is niet degene die aan menselijke of goddelijke wetten wil voldoen, maar degene die weet wanneer hij wat water bij de wijn moet doen en dat ook doet.

Wie geen vuile handen heeft gemaakt, heeft niet geleefd.

*) Bewerkte versie van gelijknamig lemma in mijn boek Hoop in bange dagen.


[1] Justus Lipsius, Politica: Six Books of Politics or Political Instruction, vertaald door Jan Waszink, Bibliotheca Latinitatis Novae 5 (Assen: Van Gorcum, 2004), 509.

[2] Schrijvers, Hoe word ik een rat? : de kunst van het konkelen en samenzweren, 87 e.v.