Call us now:
Tot enkele eeuwen geleden moest men vooral niet nieuwsgierig zijn[1]. Wat tegenwoordig de hemel in wordt geprezen, omdat het vernieuwingen, innovaties en ontdekkingen stimuleert – de curiositas, de nieuwsgierigheid- was tot de 17e eeuw iets waar men maar beter niet mee behept kon zijn, omdat het iets van de hel, van de duivel was. Het zou maar tot bemoeizucht en dus tot conflicten leiden, maar erger: tot verboden kennis van magie en alchemie, tot een wetenschap van geesten en duivels, die tot grote rampspoed zou leiden. Wat geheim was, was niet voor niets geheim.
Kijk toch, zei men, kijk toch naar wat er met Adam en Eva gebeurde toen zij van de boom van kennis van goed en kwaad aten. Wat overkwam hun niet en dus ons? Een paradijs verloren!

Ze hadden in zekere zin wel gelijk, die christelijke geestelijken en theologen die de banvloek over wereldlijke kennis uitspraken. Onderzoekers en uitvinders zijn niet alleen nieuwsgierig en dus schadelijk, maar zijn ook nog eens trots en ongehoorzaam. Zij zondigen dus in drievoud.
Wie nieuwsgierig is kan niet dociel of zinloos bezig zijn, niet luisteren naar het gezemel van priesters en imams, noch het hoofd buigen voor tradities en goeroes.
Eigenzinnigheid en standvastigheid
De geestelijken hadden vooral ook ongelijk. Alle verwijten die zij die ‘rusteloze geesten’ maakten, promoveerden nieuwsgierigheid juist tot een van de grootste deugden. Dat hadden ze niet door! Wie nieuwsgierig is kan niet dociel of zinloos bezig zijn, niet luisteren naar het gezemel van priesters en imams, noch het hoofd buigen voor tradities en goeroes. Eigenzinnigheid en standvastigheid gecombineerd met nieuwsgierigheid verzet bergen. Voor nieuwsgierigen is dat de motor van de vooruitgang.

Wie nieuwsgierig is legt zich niet neer bij een status quo en gaat op zoek naar het andere, het onbekende, de nieuwe afloop: de goede afloop. Of het nu gaat om duurzaamheid, medicijnen, robotica of verkenningen op Mars, alles begint met vragen: hoe zit het, kan het anders, kan het beter? En als deze vragen zijn beantwoord, stellen zij ze opnieuw…uit nieuwsgierigheid. Alle andere motieven, roem, status en geld, zijn maar secundair.
Bij Eva begon de nieuwsgierigheid
Met een eigenzinnige interpretatie kan men stellen dat de grootste, bijbels-gedocumenteerde rebel in de geschiedenis onze oudste vrouwelijke voorouder is: Eva. Zij nam het besluit om Adam te laten eten van de appel van de boom van kennis van goed en kwaad. Met die daad verzette zij zich tegen de Grote Pottenbakker uit Genesis 2 vers 7, God, die gedacht had twee wezens te scheppen, gehoorzaam en zonder zelfbewustzijn. Eva was echter te nieuwsgierig, te trots en ongehoorzaam. Ze luisterde naar een innerlijke stem van verzet, die in de traditie vanuit het perspectief van de heersende macht ‘slang’ wordt genoemd. Zij gooide haar kont tegen de krib, bond de kat de bel aan, waarmee het spel op de wagen kwam, de mens volledig mens werd met alle vreugde én ellende van dien en God het nakijken had.
De rest is geschiedenis.
[1] Peter Harrison, ‘Curiosity, Forbidden Knowledge, and the Reformation of Natural Philosophy in Early Modern England’, Isis 92, nr. 2 (2001): 265–90.