Wat de gym me leert over denken

Mijn lichaam, dat altijd stilzwijgend zijn werk deed, laat nu ik ouder word steeds vaker en luidruchtiger weten dat het er is. Mijn vlees wordt steeds vaker tot object gemaakt: niet van begeerte maar van onderzoek en interventie. De jaarlijkse bloedafname voor prediabetes is er het lichtste voorbeeld van en leidde tot het gebruikelijke advies van de arts om af te vallen en meer te bewegen.

Zo belandde ik, ironisch genoeg, in de remakerij van het vlees, de gym, waar ik inmiddels tot de hottest hunk of town gepromoveerd ben. En wonder boven wonder, in het halterhoekje aldaar ontmoet ik dagelijks twee filosofen: Merleau-Ponty en Foucault. De eerste gast is vooral bekend geworden door zijn ideeën over het lichaam als toegangspoort tot kennis over zichzelf en de wereld, de tweede over de inlijving van het lichaam in productieve systemen.

Filosoferen is gewichtheffen met de geest

Hun ideeën materialiseren zich in twee gebruikelijke vormen van feedback. De route van Merleau-Ponty loopt via de mind-muscle connection. In de gym leer je de waarneming te richten op de spier of spiergroep die met apparaten en dumbbells wordt afgebeuld: de spanning, het branden, het falen. Het is de feedback van het lichaam zelf die het subject informeert: tandje bij, tandje minder, stop maar.  Al doende verwerft men kennis over de wereld. Doen komt eerst, dan het denken.

Foucaults weg is een andere. De display van de chest press toont de grafiek van mijn kracht, vergelijkt dat met de doelstelling en geeft in een percentage weer, met rood, geel en groen, of ik binnen de norm zit of niet.

Ook sta ik elke drie weken te bibberen op de intelligente weegschaal omdat ik de negatieve tijdingen anticipeer: toename in vet, afname in muscles. Dat had ik in de spiegel al gezien. In zijn route is het feedbackmechanisme volledig geoutsourced, geparametriseerd en zonder vlees.

Norbert Elias wordt in een sportzaaltje om de hoek keer op keer gefalsifieerd: Selbstzwang is Fremdzwang geworden. Waar ooit de beheersing van buitenaf vervangen werd door die van binnenuit, is de feitelijke route nu omgekeerd.

Toch boeit het pad van Merleau-Ponty me meer, omdat hij het lichaam centraal maakt in hoe we ons oriënteren in de wereld en er kennis van nemen. Nu ik ouder word en de haperingen zich vaker kenbaar maken, is die weg niet zo vreemd. Toch zal ik me blijven uitleveren aan de jaarlijkse injectienaald voor de glucosecheck. Niet alles van het lichaam laat zich kennen door het lichaam zelf.
Toch?

Oorspronkelijk een post op LinkedIn, 12 november 2025