Call us now:
‘Een groot land regeren is net als kleine visjes bakken.’1 Dit is misschien wel het beroemdste aforisme uit de Daodejing van de Chinees Laozi, het handboek van de taoïsten. Wie al te wild de visjes in de pan keert, heeft al snel geen hele visjes meer. De vermaning is helder: wie als leider wil ingrijpen moet uiterst terughoudend en behoedzaam zijn. Voor je het weet is alles stuk.

Laozi
Om direct met de deur in huis te vallen: het is niet goed na te gaan of er iemand als Laozi is geweest en of de Daodejing door hem of zelfs wel door één persoon geschreven is. Hij zou rond 500 v. Chr hebben geleefd en archivaris zijn geweest aan het hof van het koninklijke Zhou, dat in het midden van China lag. Zijn echte naam was trouwens Li, meneer Pruimenbloesem. Dat weten we weer wel.
Daodejing
De versie van de Daodejing die in China en het Westen het meest gebruikt wordt, komt van een jonge geleerde uit de derde eeuw na Christus: Wang Bi (226-249). Hij leefde net als Laozi in een tijd van veel onrust. De Han-dynastie ging onderuit en hij wilde het land weer op de rit krijgen. De Daodejing interpreteerde hij vooral als een politieke filosofie, een vorstenspiegel voor leiders2.
De Daodejing is geen systematisch werk. Het bevat allerlei aforismen, dubbele bodems, verhaaltjes en heeft een poëtisch karakter. Er zijn 81 hoofdstukjes die de leider tot zich kan nemen om over het alledaagse te prakkiseren: wat is wijs, handig en verstandig? Wie hoopt op de zeven stappen naar succes komt van een koude kermis thuis. Die zijn er niet.

Tao
De term Tao heeft verschillende betekenissen. Het kan met weg, methode, procedé, techniek en zelfs met uitleggen worden vertaald. Die begrippen roepen al snel de associatie op met iets planmatigs, maar dat is wat Laozi niet bedoelt.
De Tao kent geen doelen, eindstadia of een stappenplan. Het laat zich ook niet zo goed onder woorden brengen, aldus Laozi zelf. Hij zet het in zijn werk direct stevig neer3.
De eeuwige Tao
kan niet in woorden worden uitgedrukt.
De eeuwige naam
kan niet worden genoemd.
Meestal krijgt het de vertaling van ‘weg’.
Zelforganiserende kracht
Om het toch met woorden te zeggen: Tao is de zelforganiserende, stromende kracht die overal in werking is in zowel wat leeft als niet leeft. Je kunt er niet tegenin gaan. Daarvoor is de stroom te sterk. Het beste is om flexibel te zijn en mee te bewegen. Dan ontstaat er harmonie in het individu, tussen mensen en tussen mensen en natuur, aldus Laozi. Daarmee maakt hij de Tao ook tot een morele opdracht: Wie de Tao volgt doet het goed en wie niet werkt zich in de nesten.

Wuwei
Het begrip wuwei, letterlijk niets doen, kan men al te snel opvatten als het trefwoord van een non-interventietheorie: niks doen is het beste. De zaak ligt evenwel subtieler. Het taoïstische begrip, niets doen, heeft meer te maken met het inspelen op wat er toch al gebeurt. Je moet daar niet al je projectplannen en blauwdrukken op loslaten. Naar bevind van zaken handelen: dat is wuwei. In de Daodejing heet dat paradoxaal: Doe door niets te doen. Grijp in door op te geven.
Daarom zegt de Wijze4:
Ik doe niets, en het volk verbetert zich vanzelf.
Ik min de stilte, en het volk ordent zich spontaan.
Ik laat alles op zijn beloop, en het volk wordt vanzelf rijk.
Ik ben zonder verlangens, en vindt het volk uit zichzelf zijn oorspronkelijke eenvoud
Verkeerde been
Toch is leiderschap volgens Laozi niet per se zoete braafheid. Integendeel, binnen de Daodejing wordt regelmatig ook een lans gebroken voor slim en sluw gedrag. Zelfs de wapenen worden niet voor de volle honderd procent afgezworen, al is Laozi er geen fan van. Maar er kunnen zich omstandigheden voordoen dat ze nodig zijn. Ook dat ‘gebiedt’ de Tao.

Als er dan toch geknokt moet worden, gaat de voorkeur uit naar de geraffineerde strijd waarin de tegenstander uit balans wordt gebracht en op het verkeerde been gezet. De Daodejing moet hoe dan ook als een lesboek gelezen worden hoe een positie in de maatschappij te bereiken en te behouden: een spiegel van de macht5.
De goede leider
En zo ontvouwt zich in de Daodejing een leiderschapsstijl waarin sprake is van een bestuurder die kalm de weg naar binnen weet te vinden om vandaaruit de Tao te ervaren die de alfa en omega voor haar of zijn leiderschap is. Deze handelt terughoudend. Volgt hij de Tao: er zal heil en zegen zijn.
Westerse receptie
Ook de hedendaagse wereld van organisatie en leiderschap ontsnapt niet aan de invloed van taoïsme en de Daodejing, al moet gezegd worden dat die niet erg groot is. Er zijn niet heel veel toepassingen in Westerse leiderschapsboeken of artikelen. Een goede uitzondering is het artikel Chinese filosofie als spiegel voor Westerse leiders van Huibert de Man6.
Ook in de academische e-journals treft men wel pogingen aan de taoïstische leider te omschrijven. Sommige auteurs zetten de relatie tussen de leider en de natuur centraal: ecologisch en duurzaam leiderschap. Andere benadrukken de relatie tussen de leider en ontwikkelingsgang van de organisatie. Afhankelijk van de fase moet je andere dingen doen. Weer andere zoomen in op de leider zelf.
Wat kenmerkt toch die door de Tao geïnspireerde leider? Het antwoord: die is als water.

Leiders als water
De goede leider laat zich volgens de nieuwste lichting interpretatoren het best beschrijven met behulp van de water-metafoor die veel in de Daodejing voorkomt. De ware leider is dan als water7. Water voedt en is voor alles nodig. Het is bescheiden want het zoekt niet de hoogste maar altijd de laagste plek op. Het vindt steeds een weg, want de stroom ontstaat waar het water gaat. Het is helder en zichtbaar, zacht en hard tegelijk, zoals druppels die op een rots vallen deze uiteindelijk splijten.

Zo moet ook de leider zijn die de lessen van Laozi volgt: hard en zacht, vasthoudend en flexibel, voedend en nederig. Meegaand met waar de stroom haar weg gaat: zijn als water.
Dit alles is te vinden in dat oude, Chinese lesboek voor leiders: de Daodejing van meneer Pruimenbloesem.
1. Lao Zi. Het boek van de Tao en de innerlijke kracht. Vertaald door Kristofer Schipper. Amsterdam: Augustus, 2011. Hoofdstuk 60
2. Littlejohn, Richard. ‘Wang Bi’. In International Encyclopedia of Philosophy, z.d.
3. Lao Zi. Hoofdstuk 1
4. Lao Zi. Hoofdstuk 57 ↩︎
5. B.J Mansvelt Beck, De vier geschriften van de Gele Keizer: richtsnoer wet, zestien richtsnoeren, naamgeving, de weg de bron (Utrecht/Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers, 1995), 89.
6. Man, Huibert de. ‘Chinese filosofie als spiegel voor westerse leiders’. M&O, 2011, 12.
7. Lee, Yueh-Ting, Heather Haught, Krystal Chen, en Sydney Chan. ‘Examining Daoist Big-Five Leadership in Cross-Cultural and Gender Perspectives.’ Asian American Journal of Psychology 4, nr. 4 (2013): 267-76. https://doi.org/10.1037/a0035180.