SLOW MOTHERHOOD

Waren combivrouwen maar luie prinsesjes! Slaapmutsen, die in werk en zorg de kantjes er van aflopen. We hoefden aan deze dreutels dan geen enkele aandacht te besteden anders dan met onze zwepen en karwatsen. Maar helaas of liever godzijdank staan zij voor iets anders dan lummelige lamlendigheid. Zij zijn de actieve belichaming van een frontlinie in onze cultuur. De vijand heet snelheid en de leus luidt: baas over eigen tijd. Hun bondgenoten zijn de slow food-, slow management-, midcareer art- en slow politicsbewegingen. Deze hebben gemeen dat zij de idiote tijdsdruk in onze economie aanvallen. Welke werkende moeder is niet besmet met het Outlookvirus? Met de laptop op schoot, de Blackberry aan het oor, racet zij half omgedraaid de snotneus van de ADHD-kleine afvegend naar de Albert Heijn om daar nog snel wat kant-en-klaar pizza’s te scoren -want er is ook nog een oudervergadering vanavond- om vervolgens thuisgekomen tot de ontdekking te komen dat ze vergeten is de nieuwe lading retalin bij de apotheek op te halen. Ze kan dan nog maar één ding denken: dat wordt zweten vannacht.

Tijd. Daar gaat het om. We eisen de tijd terug die ons gestolen is. Deze diefstal begon al meer dan een eeuw terug met de industriële revolutie toen de klok allesoverheersend werd. Geen minuutje mocht verspild worden en geen seconde onbenut blijven. Met stopwatches gewapend gingen de arbeidsanalisten de fabrieken en de kantoren in om alle vage tijd in de productie te wissen. Efficiëntie, snelheid, productie. Charley Chaplin heeft er ooit een prachtige film over gemaakt: modern times.

Wat ooit alleen voor het werk gold, geselt ons nu ook in de privésfeer. Ook daar moet alles tot op de seconde gemanaged worden en vooral efficiënt zijn. “Breng je Jan-Leo nu naar het voetballen? Ga dan direct even langs de Praxis want je hebt dan nog precies twee uur om die nieuwe waterstop aan te brengen voordat je hem weer oppikt en o, ja, vergeet niet in je PDA te zetten dat we dinsdagavond van negen tot half tien quality time hebben.”

De slow-bewegingen kappen met deze snelheidsmanie. Het bakken van een appeltaart heeft gewoon zijn tijd nodig net als het snoeien van de tuin, het opzetten van een marketingcampagne of het fuseren van twee bedrijven. En ja, ook het opvoeden én onderwijzen van kinderen kost tijd, heel veel tijd zelfs. In onze samenleving minimaal vijfentwintig jaar. Opvoeding overtreft qua tijdsduur ruimschoots de grootste projecten van ons land zoals de renovatie van de A2 en de Noordzuidlijn.

Een antropoloog in den vreemde vroeg ooit, zo schrijft de Noor Eriksen in zijn boek Tirannie van het moment, aan een lid van een stam, waarbij hij verbleef, wanneer het feest nou zou beginnen. Hij had gezien dat de stamleden al geruime tijd bezig waren daartoe allerlei voorbereidingen te treffen. Het antwoord was verbluffend eenvoudig en ook zeer verhelderend voor de manier waarop wíj met ónze tijd omgaan. Het stamlid zei: “wanneer we klaar zijn.” In onze cultuur met zijn mijlpalen, kritieke paden, deadlines en time management heerst de terreur van de in blokjes opgedeelde tijd, die vooral efficiënt gevuld moeten worden liefst met kleurtjes, die de prioriteiten aangeven. En wee je gebeente als er blokjes oningevuld blijven. Niet de activiteit bepaalt de tijd maar de tijd de activiteit.

Opvoeding en zorg vragen om trage tijd. Die komt in de gehaaste en efficiënte wereld van de Meesen, Plasterken en Dresselhuysen niet meer voor. Deze dieven, opvolgers van Taylor, galmen alleen maar de mantra’s van werk, werk, werk in een wereld die vergeven is van zorgminuten, blokuren en planningen. Wat de nieuwe lichting ouders goed door heeft is dat zorg tijd nodig heeft en dat er niet zoiets bestaat als instant opvoeding en fast care. Nee, moederschap én vaderschap vragen om tijd, trage tijd. Het is de hoogste tijd voor slow motherhood.

Verschenen in LOF 2007