Een beetje straat kan geen kwaad

"Wij voegen waarde toe aan het product kind in de onderwijsketen," vertelde mij ooit een schoolmanager toen ik hem vroeg wat ze op school deden. En hij was bloedserieus. Er zat geen greintje ironie aan vast. Ik was te verbijsterd om direct te reageren: “hoe haal je het in je gore rotkop om zo onbezonnen de taal van het bedrijfsleven te gebruiken. Waarde toevoegen aan het product kind, pfff.”

Toch is er meer aan de hand dan alleen een verspreking van een onbenullige onderwijsdirecteur. Hij sloeg namelijk de spijker op zijn kop. Het onderwijs, de opvoeding, vooruit, ons hele leven is doordrenkt van planning en control. Wie kijkt er niet in de spiegel of de taille nog aangename vormen heeft? Welke vrouw vult geen testjes in om na te gaan of zij de ideale moeder, echtgenote en carrièrevrouw is? Ook menig man lust er met zijn Men’s Health pap van. Waarschijnlijk heb je op je werk met je tongetje uit je mond zo’n kinderachtig persoonlijk ontwikkelplan moeten invullen, een POP. Inderdaad, we zijn voortdurend bezig elkaar eisen te stellen en de maat te nemen. En wee je gebeente als je onder de maat scoort. Je zult lijden aan schuldgevoelens en een legertje experts op je dak moeten dulden.

We brengen trouwens de jeugd ons afvinkgedrag al vroeg bij. Ik was een tijdje terug bij een collega, die een zoontje heeft van vijf. Aan de kast hing een grote flipover met daarop de komende week in blokjes getekend, zo'n beetje als in Outlook. Met plaatjes en een enkel woord was geschreven wat de kleuter te doen had: school, muziekles, spelen, sport. En als het taakje was gedaan mocht het turfsmurfje met een dikke viltstift een v-tje zetten om aan te tonen dat er weer wat waarde was toegevoegd.

Onze obsessie met de planmatige ontplooiing van wieg tot graf is een paar generaties oud. Heel lang gold voor de mensheid dat een dubbeltje nooit een kwartje zou worden. Die gedachte is sinds de negentiende eeuw massaal verlaten. De secularisering is daar grotendeels debet aan. Het eeuwige leven ging op de helling en het bestaan werd een eenmalige aanbieding, die niet kon worden geruild. Dus moeten we nu alles in één leven stouwen. “Ja”, zei de stoute vrouw naast mij, “ik wil alles uit mezelf halen. Drie kinderen, een baan voor mijn talenten en passies, naast mijn man nog een minnaar, een eigen zaak, een proefschrift, meedoen met goede doelen en ook nog gezellig mutsen met de Libelle.” Toen ik in haar mooie ogen keek ontwaarde ik slechts het zwarte gat van een toekomstige burn out.

Nee, het planmatige denken in de opvoeding en ook in het volwassen leven is over de top omdat het de verkruimelde tijd, de gewone loop der dingen en vooral het toeval en de verrassing buiten de orde heeft geplaatst: een spontane ontmoeting, een creatieve gedachteflits, een prachtige regenbui en die verlummelde namiddag die zo zalig was.

De kunst is kinderen het verrassende leven ook binnen hun drukke agenda’s te gunnen, hen dus met rust te laten en wat te laten scharrelen in de buurt. Een beetje straat kan toch geen kwaad?

Verschenen in LOF 2008